De nasleep

image_pdf

Britt wil maar niet echt opknappen. Ze moet veel en vooral vaak braken. Nu een week na de laatste dag van de chemo heeft ze ruim 39 graden koorts. Nee, we gaan voorlopig even niet naar huis. Sterker, maandag 22 februari krijgt ze steeds meer last van pijnscheuten in haar rechterzij. Deze voelt ze vooral wanneer ze oprispingen krijgt. Ze krijgt steeds dikkere enkels en een gezwollen buik. De koorts wil nog steeds niet zakken en de bloedcirculatie wiebelt. Ze zit ‘in de dip’. Ze heeft geen weerstand meer en geen bloedplaatjes. Ook al heeft ze ruim een week eerder haar lange lijn gekregen, nu krijgt ze daar alsnog blauwe plekken van. Arts en oncoloog overleggen en willen een foto van haar thorax (borst) en een echo van de abdomen (buik). Met grote apparaten rollen ze Britts kamer binnen. Britt voelt zich met de minuut zieker en zwakker worden. Ze begint te rillen en te schokken van de kou en dreigt in een sepsis-shock te geraken. Gauw slaan we 10 moltons en een deken om haar heen. De oncoloog vraagt om een extra zwaar antibioticum, bloed voor een transfusie en vraagt de IC om standby te staan. Uiteindelijk hoeven we niet naar de IC. Zover komt het gelukkig net niet. Met de transfusie knapt Britt direct zienderogen op. De foto laat zien dat er niets met de lange lijn aan de hand is en dat er geen vocht in de longen zit. De echo laat zien dat er veel vocht in de buik zit, maar dat dit geen bloed is. De bloedinfectie (waarschijnlijk een streptokokken-infectie) moet nu verder worden bestreden. Britt blijft er kalm onder maar heeft wel veel pijn. Alle verplegers en dokters zijn niettemin erg onder de indruk van haar. ‘Wat een bikkel’. Zo is het.

Britt voelt zich een beetje misselijk
Britt voelt zich een beetje misselijk

In de dagen daarna houdt Britt veel pijn. Daar krijgt ze morfine voor. De artsen zijn nerveus. Misschien heeft Britt toch bloedingen in de maag gehad, of misschien is de tumor juist gaan bloeden. Ze onderzoeken het met een MRI-scan. Britt kan heel goed stilliggen. Maar als je veel pijn hebt, is dat wel een opgave. Britt doet het niettemin perfect, wel ruim een half uur lang. De MRI laat geen gekke dingen zien. Dan willen de artsen toch ook nog een CT-scan. Het zal toch niet dat Britt een longembolie heeft? Weer liggen, weer een scan-onderzoek en dat om 11 uur ’s nachts. Om moe van te worden/blijven… Deze scan laat ook niets geks zien. De radioloog meent wel een piepklein plekje te zien bij de longen en de kinderarts denkt dan dat dit wel eens gevaarlijke schimmelinfectie zou kunnen zijn. Om dat vast te stellen is verder onderzoek nodig. Dan krijgt ze een spoeling van de longen onder narcose. Toe maar. Gelukkig is het niet nodig. De infectiologen hebben de volgende ochtend ook het plekje bekeken en zijn er van overtuigd dat het een scan-artefact is en geen schimmel. In het bloed is er ook geen enkel spoor van de verdachte schimmel gevonden. En dat bloed houden ze al dagenlang in de smiezen. Ondertussen is het haar van Britt onverbiddelijk aan het uitvallen. De dode haren zitten nog in een samengeklit vlechtje en jeuken op haar hoofd. Ze zag erg tegen het kaal worden op, maar ze heeft een knop omgezet en lijkt te hebben geaccepteerd dat ze voor een hele poos nagenoeg kaal zal zijn.

Wanneer het maart wordt, gaat Britt zich eindelijk steeds beter voelen. Het is carnaval. Zelfs in het Radboud. Op zaterdag mag ze een keer van de kamer. Op carnavalsmaandag gaat ze zelfs even carnaval vieren op het plein. Geweldig, maar op woensdagochtend blijken haar bloedwaarden nog steeds nipt te laag om te mogen starten met de tweede kuur. Dat wordt dus donderdag starten? Nee. De artsen gunnen ons een dagje verlof. Even met het gezin op adem komen. Vrijdagochtend wordt Britt weer terugverwacht voor haar tweede kuur.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *